Dag 0 – Of: je moet ergens beginnen

Zaventem, 1 augustus 2007, 20u45. De vlucht van Olympic Airways vertrekt, op zijn Grieks, met een vol uur vertraging. Op zijn al even Grieks blijkt dat geen enkel probleem te vormen voor de connectie met de vlucht Athene-Beiroet, die zelf twee uur te laat vertrekt. Dat betekent dat ik met twee uur vertraging aan kom in de internationale luchthaven van Beiroet, waar een vrolijke douaneambtenaar mij, tussen onze pogingen door om grapjes te maken – wat maar half lukt door zijn gebrekkige beheersing van het Engels en mijn gebrekkige beheersing van het Arabisch – zonder problemen en gratis een visum voor een maand geeft. Hij blijft maar wijzen naar het op de landingskaart onder de hoofding ‘profession’ ingevulde ‘translator’: ‘sahafi, sahafi!’. Ook later in Libanon wordt ‘vertaler’ door iedereen meteen geïnterpreteerd als ‘journalist’. ‘Toerist’ is sowieso al geen optie, er zijn nauwelijks toeristen in het land, iedere buitenlander is er voor professionele doeleinden. Op de luchthaven is verder niemand ook maar in het minst geïnteresseerd in de inhoud van mijn bagage, en zo sta ik enkele minuten later al te zoeken naar Zahir van Talal’s New Hotel, die mij zou komen oppikken. Dat blijkt niet zo te zijn, en als ik na een veel te dure taxirit aan het hotelletje kom, blijkt ook mijn reservatie niet meer te bestaan, zodat ik de resterende paar uren van de nacht op een bank in de receptie slaap. ‘s Morgens raakt alles alsnog in orde als ik een deal beding van 16 dollar per nacht voor een double room met satelliet-tv, airco en free wifi. Geen van die dingen blijkt een overbodige luxe te zijn, zoals ik op dit moment merk terwijl de airco even buiten dienst is.

Eens dit geregeld, vertrek ik op een van die willekeurig dwalende voettochten waar ik zo van hou, en waarop ik steevast geamuseerd en ietwat meewarig aangestaard wordt door de welgestelde en arme Libanees alike, die het niet in hun hoofd halen te voet de hitte te trotseren als ze een auto hebben of een taxi kunnen betalen. Maar ik blijf er van overtuigd dat het de beste manier is om een plaats te ontdekken, jezelf te oriënteren en mensen te leren kennen. Je beweegt langzaam genoeg om details te zien die je volledig ontgaan als je er met een auto voorbijraast (en geloof mij, Libanezen razen voorbij als ze in een auto zitten), je kan stil blijven staan of afwijken van de route bij elk interessant of vervreemdend zicht, en je wordt aangesproken door mensen die je anders nooit zou tegenkomen. De random-factor zo hoog mogelijk houden is verrijkend voor je leven, vind ik, en ik krijg gelijk: de eerste persoon die mij aanspreekt blijkt na een kort gesprek niemand minder te zijn dan Ahmed, de legendarische chauffeur en all-round fixer van de al even legendarische Robert Fisk.

De man is een robuuste, opgewekte 75-jarige Beiroetenaar die al 52 jaar als chauffeur werkt en er de gehele burgeroorlog lang (the serval war zoals hij die zelf noemt, het duurde even voor ik doorhad welke oorlog hij daar precies mee bedoelde) met elke bekende en onbekende journalist op uit is getrokken. Hij werkt ook al ongeveer even lang voor het Scandinavische Save the Children Fund in de Palestijnse vluchtelingenkampen en bezweert mij dat hij binnen de 24 uur een interview met elke belangrijke speler in Libanon voor mij kan versieren (12 hours for the medium level people). Hij rijdt mij in zijn geblutste oude mercedes een paar uur lang rond door Beiroet en laat mij een hoop belangrijke plaatsen uit de voorbije oorlogen zien, inclusief Shatila en het gedenkteken dat daar voor (en boven op) de doden van de beruchte slachtpartij werd opgericht. Ondertussen toont hij mij de algemene layout van de stad met haar verschillende wijken met hun verschillende bevolkingsgroepen en vertelt mij honderden verhalen. En rekent er mij prompt 80 dollar voor aan als hj mij terug bij mijn hotelletje afzet. Wat ik het ruimschoots waard vind.

Na een siësta trek ik er opnieuw op uit, richting ‘Fool wa-Falafel’, een restaurantje dat ik nog ken van mijn eerste korte bezoek aan Beiroet in 2005. Maar ik word afgeleid door de riante, luxueuze paleizen van de rijke christenen op de hellingen van Ashrafieh, met glanzende Maserati’s en BMW’s en verveeld kijkende private security officers voor elke poort en oprijlaan. Ik schat trouwens, na twee dagen in Beiroet, dat minstens 50% van de mannelijke bevolking van dit land als soldaat, politieagent of privé-veiligheidsagent werkt (de andere helft zit in een sectaire militie). Je kan in deze stad geen hoek omdraaien of er staan er een paar rond te lummelen of er rijden er een paar voorbij. Allemaal extreem vriendelijk en vrolijk trouwens (tenminste tegen mij); maar toch – het is een mirakel dat er niet elke dag een paar doden vallen met zoveel wapens in de handen van zoveel conflicterende partijen. Eén privé-veiligheidsfirma draagt de hilarische naam ‘Middle East Security’ – wat mij, telkens als ik iemand in hun uniform zie, de neiging geeft om hem te vragen ‘Yo man, how’s business going? You got the Middle East secured yet?’

Later kom ik op het enorme Martelarenplein in het centrum van de stad, dat net zoals een aantal pleinen en straten eromheen nog steeds volstaat met de tenten en podia van de 8-maart-aanhangers (i.e. de oppositie tegen de 14-maart-‘revolutie’ van de huidige regering – mensen van Hezbollah en van de Mouvement Patriotique Libre van (de christelijke generaal) Michel Aoun). Ze zijn aan hun 200ste dag van bezetting toe, en ik kom net te laat voor hun feest, maar de triomfalistische marsliederen van Hezbollah knallen nog luid door de boxen van het PA-systeem richting Le Grand Sérail (het gigantische, door de Ottomanen gebouwde presidentiële paleis). De hele buurt is afgezet met rollen prikkeldraad en hekken, je kan er enkel in of uit door nauwe openingen waar leger en politie je papieren en de inhoud van je rugzak controleren. Hetzelfde geldt voor de splinternieuw gebouwde (door Rafiq Hariri’s Solidère uiteraard) Souks of Beirut, waar de dure fashion shops en grand café-restaurants grotendeels gesloten zijn of een vrijwel leeg terras hebben. De websites van de Belgische en andere ambassades geven hun burgers het advies om Libanon te vermijden voor ‘niet-essentiële reizen’ en dat is eraan te merken. Dit zou het bruisende hart van downtown Beiroet moeten zijn, maar het is een veel te dure spookstad. De rijke toeristen uit de Golf, de VS en Europa, waar de Libanese toeristische industrie op draait, zijn naar Caïro, Damascus of elders getrokken en de lokale middenstand, zoals dat dan heet, klaagt steen en been.

Maar binnenkort, op 14 augustus om precies te zijn, zal het hier wel terug bruisen: dan viert Hezbollah de verjaardag van hun overwinning op de ‘Zionistische entitieit’ – een pyrrhus-overwinning volgens Zahir, de eigenaar van mijn hotelletje, en volgens vele anderen – en niet alleen 14-maart-aanhangers – die wijzen op de quasi-volledige vernietiging van de Libanese infrastructuur door de Israëli’s tijdens de ‘harb tammuz’ (de Juli-oorlog) zoals de Israëlische invasie tijdens de zomer van vorig jaar hier genoemd wordt. Sayyid Hassan Nasrallah wijst als tegenargument op het feit dat de Nasr-brigades en het volksverzet de ooit onoverwinnelijk gewaande IDF op 33 dagen heeft laten afdruipen zonder dat ze ook maar één van hun doelstellingen bereikt hebben, wat in de ruimere historische en geopolitieke context inderdaad een indrukwekkende prestatie is (vergelijk het bijvoorbeeld met de gecombineerde legers van Egypte en Syrië die in 1967 in 6 dagen verslagen werden door dezelfde IDF). Of de Libanezen daar op korte termijn veel aan hebben, is een andere zaak – er zijn hier in Beiroet nog altijd scholen vol vluchtelingen uit het zuiden van het land die hun huis en al hun bezittingen zijn kwijtgeraakt en nergens naartoe kunnen – in belangrijke mate omdat het hulpgeld ergens aan plakkerige vingers in de hoge kringen van Beiroet blijft hangen. Wat er ook van zij, de straten in de zuidelijke (shiietische) wijken van de stad hangen vol met de tromfantelijke groene affiches van Nasrallah, met de tekst: ‘waliya zaman al-haza’im – ja’a zaman al-intisarat’ – ‘de periode van nederlagen is voorbij – de periode van overwinningen is aangebroken’.

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s