Dag 2 – Contrasten, complexiteit en Dyab Abou Jahjah

Libanon is een klein land van grote contrasten. Terwijl aan de ene kant sinds vorige zomer Hezbollah het symbool is geworden van het verzet tegen het kapitalistische imperialisme van de VS, Israel en hun bondgenoten, is Libanon tegelijkertijd, en dat is vooral merkbaar in Beiroet, één van de meest exclusief kapitalistische maatschappijen die ik ooit heb bezocht (maar ik ben nog nooit in de States geweest, natuurlijk). Nergens anders duren de advertising breaks op tv zoveel langer dan de programma’s zelf, nergens anders zie je in een uitgaansbuurt zoveel patserige sleeën en tot in de puntjes opgetutte mensen. De protserige kastelen van de anciens en nouveaux riches staan niet alleen in de dure wijken zoals Ashrafieh, maar ook tussen de sloppen van de zuidelijke wijk Dahiyyeh. Nauwelijks 50 meter van de krotten waarin Syrische gastarbeiders, Palestijnse vluchtelingen en door de Israeli’s dakloos gemaakte shiieten uit het zuiden leven, staan de vijfsterrenhotels voor de toeristen uit de Golf (leeg, momenteel). Toen Ahmed mij een paar dagen geleden meenam naar Shatila, stond hij met tranen in de ogen te vertellen hoe hij mee had geholpen de lijken van honderden Palestijnen en Libanezen te begraven na de slachtpartij door de maronietische Falangisten (onder het goedkeurend oog van Sharon). Gisteravond vroeg ik aan een maroniet die ik in een bar tegenkwam of er in Ashrafieh ook veel schade was geweest van de Israelische bombardementen, en hij zei, vrolijk lachend, met een minachtend gebaar van zijn hand: ‘nee hoor, alleen de shiieten werden gebombardeerd’. Hij zei nog net niet ‘and who gives a fuck about them anyway’, maar je zag het hem denken. En het klopt niet eens, er is veel meer gebombardeerd dan dat.
Het geeft een vreemd gevoel om in deze dure wijk – ik logeer in een klein hotelletje aan de rand ervan – rond te lopen tussen de welgestelde, nationalistische maronieten die alleen maar lijken te discussiëren over hun volgende BMW en de laatste hit op MTV, en tussendoor het bevlogen ‘Dagboek Beiroet-Brussel’ te lezen dat Dyab Abou Jahjah schreef over de Israelische poging tot invasie. Eigenlijk gebruikt hij het verslag van die oorlog – van binnenuit weliswaar en interessant genoeg op zich – vooral als een kapstok waaraan hij bredere politieke en filosofische beschouwingen en observaties aan ophangt, zowel over Libanon en het Midden-Oosten als over België en Europa, over globalisering en verzet, over imerialisme en kapitalisme en over islam en democratie. Het verschil tussen Abou Jahjah’s heldere analyse en brede wereldbeeld als seculaire linkse democraat en als pan-arabische nationalist – iedereen in België die nog altijd denkt dat ‘de AEL België wil islamiseren’ moet dit boek zeker lezen – en de benauwende, egoïstische bourgeois-klap die je hier hoort van sommigen van zijn landgenoten-aanhangers van de Ceder-revolutie van 14 maart – ‘de BMW-revolutie’ zoals ze door tegenstanders genoemd wordt – is gewoon schizofreen. Die extreem kapitalistische mentaliteit heeft niet alleen te maken met directe economische belangen – de midden- en topklassen hebben uiteraard meer belang bij het handhaven van de status quo van hun nauwe en lucratieve relatie met de VS, de Golfstaten, Europa en Israel dan bij het streven naar een sterke Arabische natie of het hervormen van de maatschappij, of het nu op economisch, sociaal of geopolitiek vlak is – maar ook met de historische situatie, waarin de christenen en druzen al eeuwenlang ‘beschermd’ worden door de Europese machten, die hen gebruikten om een voet tussen de deur te krijgen bij hun aartsvijand, het Ottomaanse rijk. Dat is zelfs de reden waarom Libanon bestaat: het land is gecreëerd door de Fransen om een geografische eenheid in het Midden-Oosten te vormen waar de christenen in de meerderheid zijn, en het wordt gesteund door de VS om een bondgenoot voor Israel te creëren. Als de shiieten en soennieten, die ondertussen de meerderheid van de bevolking vormen, evenveel macht krijgen als de minderheid van christenen en druzen, verandert de status quo dermate dat de gepriviligieerde positie van de laatsten geneutraliseerd wordt. Dat is ook één van de hoofdredenen waarom de Palestijnse vluchtelingen, waarvan velen hier al sinds 1948 verblijven, geen burgerrechten krijgen – 500 à 750.000 hoofdzakelijk soennietische nieuwe stemmers zouden het politieke landschap nogal eens overhoop halen voor de christelijke (sowieso al) minderheid…

Overigens zit de situatie nog veel complexer in elkaar: uiteraard zijn er ook arme christenen en rijke soennieten (de Hariri-familie staat sinds de verdeling van Rafiq’s erfenis collectief in de Forbes 100-lijst bijvoorbeeld) en shiieten (de corruptie van de Amal-top is legendarisch). En naast de maronieten zijn er grieks-orthodoxen, grieks-katholieken, armeens-arthodoxen, armeens-katholieken en protestanten, die zich ook wel eens minderbedeeld voelen door de meerderheid van maronieten. En in de machtsverdeling zoals die in de Taif-akkoorden in ’89 is vastgelegd worden de druzen en de alawieten bijvoorbeeld meegerekend als moslims, wat op zijn minst vreemd is als je weet dat beiden in reïncarnatie geloven. Maar het gaat dus om de machtsverhoudingen tussen de elites van de verschillende sectes. Je moet weten dat de Libanezen het begrip ‘politieke partij’ zoals wij dat kennen – een groep politici die zich verenigt (in theorie tenminste) achter een ideologisch programma en in groep opereert – nauwelijks kennen. Hier is een partij het gevolg van een al dan niet charismatische leider, gewoonlijk een feodale grootgrondbezitter, een rijke zakenman of een traditionele dominante familie, die gesteund wordt door, i.e. zijn – zelden of nooit haar – stemmen haalt, uit één bepaalde sectarische groep, dat wil zeggen één van de 18 erkende religies in Libanon. Behalve in het geval van de Vrije Patriottische Beweging van Michel Aoun enerzijds en Hezbollah anderszijds, die respectievelijk een beperkt aantal moslim- en christelijke stemmen halen, wordt er nauwelijks cross-sectarian gestemd. Je zou de Libanese samenleving, vanuit Belgisch perspectief, extreem verzuild kunnen noemen: de ‘partij’ is niet alleen politiek actief, maar zorgt ook voor het sociale vangnet, de culturele vereniging, de tewerkstelling en, in tijden van (burger)oorlog, voor de bescherming van haar leden met eigen milities. Cliëntelisme dus. Omdat het kiessysteem ook nog eens vrij ingewikkeld in elkaar zit – een kandidaat moet niet alleen binnen zijn secte maar ook in zijn kiesdistrict, dat meestal gedeeld wordt met andere secten, een bepaalde kiesdrempel halen – worden er voortdurend ad hoc-allianties gesloten voor elke nieuwe verkiezing, vaak met kandidaten van ideologisch tegengestelde richtingen, die meestal na de verkiezingen binnen de kortste keren uit elkaar vallen. Een soort voortzetting van de burgeroorlog met politieke middelen.

Wat heeft dit allemaal met de actualiteit te maken: wel, zoals ik eerder al schreef, worden er vandaag verkiezingen gehouden in 2 kiesdistricten, één in Beiroet, één in Metn, een (christelijke) voorstad in de bergen ten noordoosten van Beiroet. In Beiroet komt er slechts één kandidaat op, Mahmud Amin Aitani, van dezelfde Mustaqbal-patij (Hariri dus) als zijn vorig jaar november vermoorde voorganger Walid Eido. In Metn woest er daarentegen een verhitte strijd tussen 2 partijen die allebei maronitisch zijn en allebei de partijen van ex-presidenten zijn. Amin Gemayel, leider van de extreem-rechtse Falangisten wil zijn (in juni vermoorde) zoon opvolgen, maar ziet zijn zetel, tot zijn grote woede, betwist door Michel Aoun, ‘de Generaal’, die Camille Khoury naar voren schuift. Er zijn al dagen van ophitsende speeches van de protagonisten (en geloof mij, het zijn niet alleen de religieuze leiders onder de Arabieren die indrukwekkende speeches kunnen geven, zelfs als je maar de helft begrijpt van wat er gezegd wordt, voel je jezelf meegesleept worden in het opzwepende spreekritme) en sporadische schermutselingen tussen hun volgelingen aan de gang, en de security op straat – ik had het niet voor mogelijk gehouden met het aantal geüniformeerden dat er sowieso al rondliep – is nog verder opgedreven. Er zijn veel ironische aspecten aan deze zaak: ten eerste gaat het, zoals gezegd, over een inter-christelijke en zelfs inter-maronitische strijd, waar de rest van de bevolking geamuseerd naar zit te kijken, ten tweede zijn de beschuldigingen die in het rond vliegen totaal paradoxaal: Gemayel (een falangist en tijdens de burgeroorlog en daarna een staunch supporter van Syrië), verwijt Aoun (de door Syrië verbannen president van een parallelle anti-Syrische regering tijdens de burgeroorlog en een medestander van de 14-maart beweging tot hij in 2006 een Memorandum of Understanding tekende met Hezbollah) dat hij Syrië terug wil binnenhalen door de achterdeur. Oh the wonderful world of Arabic politics…

One thought on “Dag 2 – Contrasten, complexiteit en Dyab Abou Jahjah

  1. Klinkt een beetje als de vs anyway…..Daar staan ook daklozen klaar totdat er een halfopgevreten hamburger uit een Buick-raampje wordt gekatapulteerd.
    De politieke situatie is daar dan wel iets anders, alhoewel😉

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s