Dag 5 – Feestvarkens en bureaucraten

In de Rue Gemaize, de laatste jaren naar verluidt de ‘hippe’ uitgaansbuurt van Beiroet, ligt een piepkleine bar, ‘Torino Express’ genaamd. Zelfs op dagen dat alle andere cafés en restaurants in de straat vrijwel leeg zijn, zit het er stampvol. Tijdens de Israelische bombardementen van vorige zomer was dit het enige café dat consequent open bleef, en er hangt nog altijd (of opnieuw) een ‘dancing on the edge of the volcano’-sfeertje. Behalve Libanezen uit Libanon of de diaspora hangen enkel wij ‘majnunin’ hier rond, de ‘zotten’ die nu naar Libanon komen, tegen alle waarschuwingen van de ambassade in. Een behoorlijk deel van ons is journalist of fotograaf, anderen zijn mensen (waaronder verrassend veel Belgen) die sowieso altijd naar Libanon of elders in de regio op vakantie gaan en het goed genoeg kennen om te weten wanneer weg te blijven. Velen spreken (Libanees) Arabisch. Ik ben een raar geval in de zin dat ik het fusha (de standaardtaal) geleerd heb en (probeer) te spreken, terwijl de meesten net het Libanese ‘amiya (dialect/spreektaal) kennen en het fusha niet verstaan en te moeilijk vinden om te leren.

Maar het is hier sowieso geen probleem als je geen Arabisch spreekt, in Beiroet spreekt vrijwel iedereen minstens twee, meestal drie of vier talen: Arabisch uiteraard (Libanees allemaal, de meesten ook fusha), maar bijna iedereen spreekt daarnaast of Engels of Frans, velen ook Spaans of Italiaans, en de Armeniërs ook nog eens Armeens. Een moeilijke situatie om Arabisch te leren (zoals elke Brit of Amerikaan die bij ons Nederlands wil leren ook altijd klaagt dat iedereen zijn/haar Engels wil oefenen en niet het geduld heeft om conversaties in het Nls te voeren met iemand die die taal maar half beheerst). Maar de Libanezen lijken altijd blij verrast dat iemand hun taal wil leren (itt tot het Egyptisch of Jordaans dat als veel ‘echter’ Arabisch gezien wordt) en zijn supercommunicatief en sociaal in vergelijking met ons koele (West)-Europeanen.

Het aangenaamste aan deze stad is haar extreme cosmopolitisme (bestaat dat woord eigenlijk wel?) en cultuur. Gisteren ben ik de boekenwinkels gaan checken, en er zijn er ongelooflijk veel en ze hebben quasi-volledige collecties in 3 talen (Arabisch, Engels, Frans) over elk onderwerp dat je je kan indenken, met natuurlijk een zware nadruk op Midden-Oosterse en Arabische politiek en cultuur. Boeken van Chomski, Chalmers Johnson, Fisk en anderen zijn hier makkelijker te vinden dan in België. De Libanezen hebben ook een respect voor cultuur en intellectualisme dat bijna Frans is, de mensen zijn extreem goed geïnformeerd over zowel lokale als globale situaties en evoluties, zowel op vlak van politiek als van literatuur of cultuur. In die mate dat een kennis uit Jounieh onlangs klaagde dat hij op café nooit eens gewoon over football or silly things kon kletsen, omdat iedereen alleen maar over politiek discussieerde. Would that Belgium would be more like that. In de meeste andere landen waar ik geweest ben, is de reactie wanneer ze horen dat je Belg bent: ‘Aha, Anderlecht!’, hier zeggen ze ‘Aha, Jacques Brel!’ Zelfs een aantal van de mensen die ik op het eerste zicht als leeghoofdige shoppers of Aalmoezenier-achtige hippies en feestvarkens beschoude (zie een vorige post) blijken bij nadere kennismaking best wel wat te vertellen te hebben (tenminste zo lijkt het voor een nieuwkomer als ik).

Enkele dagen geleden kwam ik via via toevallig terecht op het verjaardagsfeestje van een meisje dat Maisan heet en die een dochter van Samir Kassir blijkt te zijn – de bekende journalist van al-Nahar en Le Monde Diplomatique en (linkse) schrijver en intellectueel die op 2 juni 2005 werd vermoord met één van de reeks autobommen die sinds de moord op Rafiq Hariri met de regelmaat van een klok – parlementslid per parlementslid – de anti-Syrische 14-maartkrachten uithollen (de laatste tot nu toe was de aanslag op Pierre Gemayel in juni van dit jaar). Naar aanleiding daarvan heb ik gisteren ‘Being Arab’, Kassir’s laatste boek gekocht, dat ik nu aan het lezen ben en in één van de volgende posten zal bespreken. Het is een radicale herinterpretatie van de Arabische geschiedenis en een intelligente analyse van de malaise in de Arabische wereld van vandaag.

Gisteren was ook de eerste dag dat er (een beetje) bewolking was en je niet na 100 meter wandelen al uit al je poriëen liep te zweten. Of ik begin beter te wennen aan de hitte, kan ook, maar ik denk het niet, want vandaag zijn de wolken weer weg en is het zweet terug. Ik heb vandaag mijn tweede poging gedaan om een Libanese SIM-kaart voor mijn GSM te bemachtigen, maar het is weer op niets uitgedraaid.Ik heb nu eindelijk begrepen dat ik om 10 uur (openingsuur van kantoren en winkels hier) bij het bureau van Touch moet zijn, omdat ze blijkbaar maar een beperkt aantal kaarten per dag uitgeven en ik al twee keer te laat kwam – alleen had de ambtenaar van dienst blijkbaar vandaag pas zin om mij dat mee te delen. Derde keer goede keer, zullen we maar hopen. Libanon is overigens één van de duurste landen ter wereld qua GSM-kosten. De reden waarom ik niet naar eender welke van de tientallen GSM-winkeltjes ga, is omdat de kaarten daar voor $90 verkcht worden, terwijl ze bij Touch zelf $52 kosten. Dat is 3 dagen hotel verschil, genoeg om de bureaucratie voor te trotseren…

Ik vreesde dan ook het ergste toen ik vanmiddag naar het Ministerie van Informatie vertrok, gewapend met de aanbevelingsbrief van Radio Centraal die Joris gisteravond met veel moeite na een uur doorgefaxt kreeg naar de laptop van Zahir, de eigenaar van mijn hotel, om mijn accreditatie als journalist te gaan aanvragen. Maar tot mijn grote verrassing was de zaak op een half uurtje geregeld, zonder kosten, en met supervriendelijke service. Misschien kan ik morgen met dat papier zwaaien als de Touch-ambtenaar niet wil meewerken, want ik geloof eigenlijk geen ene zier van zijn verhaal van de limiet op het aantal SIM-kaarten dat per dag uitgegeven mag worden (en Zahir ook niet). ‘t Is tenslotte een business en geen staatsadministratie daar… Die accreditatie heb ik nodig om permits te krijgen die mij door de checkpoints moeten loodsen op weg naar naar de ‘gevoelige’ zones van het land, zoals de omgeving van Nahr al-Bared, de vluchtelingenkampen of zelfs de zuidelijke wijken van Beiroet, waar je je accreditatie moet voorleggen aan de Hezbollah-functionarissen om toegang te krijgen.

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s