Dag 11 – Taalfascisme en nationalisme

Om 9 uur ‘s morgens heb ik met mijn 3 Spaanse collega’s afgesproken, en verbazend genoeg zijn de chaoten er allemaal op tijd, terwijl ik nog met mijn eerste Libanese maagkrampen zit te worstelen op mijn kamer (dat zal mij leren om in veel te dure restaurants te gaan eten…) We gaan terug naar Haret Hreik, laten ons afzetten in de Rue Beir al Abed, waar de maktab al-‘alaqat al-a’lamiya (Press Relations Office) van Hezbollah is, maar de chauffeur wil ons niet voor de deur afzetten, hij stopt honderd meter of zo eerder. Voor we drie stappen gezet hebben, worden we al aangesproken door één van de veiligheidsmannen, en we moeten ter plekke wachten terwijl een tweede op zijn brommer op zoek gaat naar de man die we moeten hebben. Na een tiental minuten komt er een witte mercedes aangereden, met geblindeerde spiegelruiten en zonder nummerplaten… …waar een vriendelijke jongeman uitstapt. Vermits we geen auto hebben, loopt hij met ons mee naar het bureau, een onopvallend plaatje aan de muur, een eerste verdieping boven een koffiehuisje annex internetcafé. Daar worden we naar een naar de normen van deze wijk comfortabel ingerichte wachtkamer met airco geleid. Even later komt de Press Relations Officer eraan, een vrouw van achteraan in de twintig die perfect Engels spreekt (wat het geval is met veel – middenklasse of hoger – Beiroetenaars in het centrum, maar veel minder evident is in de armere wijken, waar een Engels- of Franstalige privé-school of zelfs maar een middelbare opleiding aan de staatsscholen ver boven de financiële mogelijkheden van veel gezinnen ligt). Er wordt naar onze paspoorten, accreditaties van het ministerie en perskaarten gevraagd (dat laatste heb ik nog niet, de anderen wel) en we moeten op een formulier invullen waar we naartoe willen gaan en wat we er willen doen. De toestemming om naar het feest van de ‘goddelijke overwinning’ (nasr min al-lah) in het gigantische mal’ab ar-raya (Vlaggenstadion) te gaan (met een live speech van as-Sayyid Hassan Nasrallah himself op het grote scherm) kan morgen geregeld zijn (dat zal wel moeten, want het vindt morgenavond plaats), maar of we met de zegen van Hezbollah mogen fotograferen en interviewen in Dahiyeh en in het zuiden, zullen we pas woensdag of donderdag te weten komen. Ik realiseer me pas later dat ik bij ‘the south, Nabatiyeh, Beaufort Castle’ ook ‘UNIFIL’ heb ingevuld, en dus eigenlijk toestemming vraag aan Hezbollah om de Belgische troepen van BELUBATT te mogen gaan opzoeken… Officieel moeten we daarvoor in Saida (Sidon) de toestemming van het Libanese leger gaan vragen. Ach ja, hoe meer accreditaties en permits hoe beter, zullen we maar denken. We mogen overigens blij zijn dat we geen Canadezen of Duitsers zijn, want 2 journalisten uit Israel hebben een paar maanden geleden die nationaliteiten gebruikt om een reportage te maken die dan later voor een Israelisch blad bleek te zijn. The Lebanese – sowieso altijd op hun hoede voor Israelische (en Syrische) spionage – were not amused… Maar tot nader order kunnen de slagwoorden ‘min Beljika’ en ‘min Isbania’ nog altijd op een positief onthaal rekenen. FC Bassalona! Andallicht!

Balint Szlanko, de Hongaarse journalist die tot nu toe bij ons in Talal’s logeerde, heeft samen met een Libanese vriend (een gitarist) een appartement gehuurd, gisteravond is hij verhuisd. Het was een emotioneel moment, hij heeft bijna 2 maanden in Talal’s een kamer gedeeld met Adam, de Engelse fotograaf, en zag uiteindelijk toch op tegen zijn vertrek. Adam en ik zijn erover aan het denken om samen een kamer te delen, kwestie van de kosten wat te drukken en de kamer hier niet te moeten opgeven als één van ons eens een paar dagen op reportage naar elders trekt. Balint heeft overigens, geïnspireerd door mijn lichtend voorbeeld, zijn oude ter ziele gegane blog nieuw leven ingeblazen. De meeste posts zijngeschreven in het Hongaars, een taal die er heel grappig uitziet maar waar behalve de Hongaren zelf niemand een bal van begrijpt, maar een paar (die hij heeft kunnen verkopen) zijn in het Engels. Zijn blog heet gewoon Balint Szlanko.

Tijdens het weekend heb ik mij een beetje verdiept in de Libanese variant van het Arabisch, via een paar websites die een aantal van de basisprincipes en -verschillen met het fusha uitleggen. Het is allemaal op een nogal basic toeristisch niveau geschreven, maar ik kan nu toch al begrijpen wat mensen antwoorden als ik de weg vraag, en zeggen ‘je hebt mooie ogen’ (niet noodzakelijkerwijze tegen dezelfde mensen, voor ik last krijg met Libanese soldaten of de Hezbollah security). Het is trouwens heel bizar, en veelzeggend, dat een aantal van die – duidelijk door maronieten gemaakte – websites zijn uiterste best doet om het Libanees voor te stellen als een andere taal dan het Arabisch, en één die volledig losstaat van het Arabisch, wat absolute onzin is. Het is niet omdat je wat meer Franse, Aramese en Turkse leenwoorden gebruikt, dat je opeens een andere taal spreekt natuurlijk, dan zou je ook Maghrebijns en Egyptisch Arabisch als andere talen moeten beschouwen. Het is typisch voor de maronieten om hun Arabische identiteit te downplayen en een soort mythische Phoenicische wortels te heruitvinden (heruit te vinden?). De Grieks-orthodoxen en andere Libanses christenen, laat staan de moslims, hebben daar niks mee en noemen zichzelf gewoon Arabieren, einde kwestie. Dat sluit daarom ook hoegenaamd geen Libanese nationale identiteit uit, zoals Egyptenaren en Irakezen ook zowel een Arabische als een nationale identiteit huldigen. Maar of de Maronieten het leuk vinden of niet, het Libanese ‘amiya, of dialect, hoort bij de subgroep van al-‘amiyat al-shamiya, of de Syrische dialecten, en is nauw verwant aan zowel het Syrische als het Palestijnse Arabisch.

Bilad ash-sham is trouwens de vroegere, historische naam van de volledige ‘Levant’, zeg maar het huidige Syrië, Libanon, Palestina, Israel (sorry, bezet Palestina), Jordanië en een stukje Zuidwestturkije. Het Syrische arabisme, een vroege vorm van pan-arabisch nationalisme dat vanuit Libanon/Syrië (één geheel tot het door de Fransen werd opgesplitst in 2 landen na de eerste wereldoorlog) heeft bijgedragen aan de ontwikkeling van dat pan-arabisme, een antikoloniale beweging die ernaar streeft de gehele ‘Arabische (en dus niet de gehele islamitische) natie’ te verenigen om zo een sterke tegenmacht te vormen tegen het Europees/Amerikaanse blok. Good luck, zou ik zeggen – want de geschiedenis én het heden, zelfs in het geval van een piepklein landje met amper 4 miljoen inwoners zoals Libanon tonen wel aan hoe moeilijk dat is. Waar dat idee op zich – zeker in de tijd waarin het ontstond, begin 20e eeuw, toen de Europese koloniale mogendheden nog maar net hun willekeurige rechte strepen in het woestijnzand getrokken hadden om de ‘Arabische natie’ te verdelen en te overheersen – niet zo onzinnig was, lijkt het nu, 100 jaar later, met de verschillende nationale identiteiten toch wel redelijk sterk verankerd in ‘de geesten’, enkel nog in een federale vorm denkbaar. En dan moeten een heel aantal nationale regimes eerst worden omvergeworpen, want de machthebbers en elites van elk apart Arabisch land hebben natuurlijk niet het minste belang bij dat streven naar eenheid, en zijn integendeel al lang verwoed bezig de nationale identiteit te creëren en te versterken in hun bevolking. Deze hele inleiding om te komen tot wat ik persoonlijk één van de meest bizarre partijen van Libanon vind, de Syrian Social Nationalist Party (al-Hizb al-Qawmi al-Ijtima’i al-Suri). Deze partij, onder leiding van Ali Qanso*, is de tegenhanger is van een gelijknamige partij in Syrië (die daar sinds 2005 in het ‘parlement’ zit als trouwe bondgenoot – uiteraard, anders zouden ze in de gevangenis zitten – van de Syrische Baath-partij van ‘president’ al-Assad). Ze heeft 2 zetels in het Libanese parlement en hoort bij het ‘Trouw aan het Verzet’-blok dat de oppositie steunt/is. De partij heeft een respectabel verleden van anti-koloniale strijd en speelde, samen met de communisten, een belangrijke rol heeft gespeeld in het vroege verzet tegen de Israelische bezetting (1982 tot 200) voordat Hezbollah belangrijk werd. Het bizarre aspect van de SSNP in haar huidige incarnatie is niet alleen dat ze de enige zijn in Libanon die expliciet de hereniging van Libanon met (Groot-)Syrië nastreeft – wat de rest van de ‘pro-Syrische’ oppositie absoluut en expliciet niet wil – maar vooral hun visie van dat Groot-Syrië, dat niet alleen de hoger genoemde, historisch enigszins te rechtvaardigen, gebieden moet omvatten, inclusief de vermelde Hatay-provincie van Tukije, maar in één keer ook Irak, Koeweit, de Sinai én – hou je vast – Cyprus… Van realpolitik gesproken…

* Overigens niet te verwarren met Assam Qanso, leider van die andere arabisch-nationalistische en pro-Syrische partij, de Libanese Baath, een man die vooral bekend staat om zijn legendarische woordenwisselingen met Druzenleider Walid Junblatt. Een citaat van hem uit de discussie over de verlenging van president Emile Lahoud’s mandaat in 2004 (tegen Junblatt): ‘You will be crucified above the garbage dump of history as a symbol of your ungratefulness, of your back-stabbing (…) you are not out of reach of our militants’. Het is misschien nuttig om eraan te herinneren dat het Syrische leger en de beruchte mukhabarat (veiligheids-/inlichtingendiensten) toen nog in het land waren…

One thought on “Dag 11 – Taalfascisme en nationalisme

  1. De maronitische ontkenning van het Libanees als een variant van het Arabisch doet me denken aan het onderscheid tussen Hindi & Urdu. Toen Tine & ik in India waren, wilde onze Indische gids maar niet geloven dat Hindi en Urdu feitelijk dezelfde taal zijn, niettegenstaande ze een ander schrift en vocabularium hebben. Tja, sectarisme kan maar voortwoekeren op basis van dergelijke schijnverdelingen zeker?

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s