Dag 14 – Op weg naar het zuiden

Op het onzalige uur (voor mij) van 7 ‘s morgens tref ik de drie Spaanse fotografistas in de coffeeshop aan de overkant van Avenue Charles Helou om te vertrekken naar het zuiden van het land. We hebben een auto gehuurd van Zahir, onofficieel natuurlijk, aan checkpoints zeggen we dat het een ‘sayyarat sadiqna’ is – geleend van een vriend. De sluwe vos – ik noem hem tegenwoordig Mister Pink, want dat betekent Zahir in het Arabisch – heeft op de voor- en achterruit grote ‘PRESS’-stickers gehangen. ‘It is easier for you’… Het is de eerste keer dat ik Beiroet verlaat, en op weg naar het zuiden wordt pas duidelijk hoe verwoestend de Israelische bombardementen zijn geweest: vrijwel het volledige wegdek van de freeway, die over de hele lengte van de kust van noord naar zuid loopt, is splinternieuw, en aan elke brug – een stuk of acht tussen Beiroet en Sour (Tyre), ons einddoel voor vandaag, moeten we de snelweg verlaten en door het lokale dorp of stad omrijden om een paar honderd meter verderop terug de snelweg op te rijden. De nieuwe bruggen zijn vrijwel allemaal onder constructie, en zonder uitzondering gefinancierd door het Iranian Reconstruction Agency, zoals borden aan elke lichtpaal en elektriciteitspaal triomfantelijk aankondigen. Ik begin me hoe langer hoe meer af te vragen waar die 1 milliard dollar Westers hulpgeld, zo publiekelijk en mediageil aangkondigd op de Parijs III-conferentie van vorig jaar, eigenlijk zit. Aan al-Hail al-abyad, het grote witte gebouw in Dahiyeh waarin de expositie over de oorlog plaatsvindt, hangt een enorm bord met foto’s ‘voor’ en ‘na’, en de tekst (in het Arabisch): ‘Vernietigd met de hulp van de VS’ en ‘Heropgebouwd met de hulp van de Islamitische Republiek van Iran’, maar dat is in Hezbollah-land. Je zou verwachten dat de Libanese overheid tenminste de nationale infrastructuur zelf voor haar rekening zou nemen, maar de red tape en de sticky fingers zijn blijkbaar overal aan het werk, iets waar Hezbollah en de rest van de oppositie propagandistisch sterk van profiteren – overigens, de volledige tekst van Nasrallah’s speech van vorige dinsdag (vertaald in het Engels) vind je hier. Scroll naar beneden wanneer het saai wordt, de pittigste passages komen aan het einde. Overigens kunnen we onderweg constateren dat de straatverlichting inderdaad overdag blijft branden – een onbegrijpelijke stroomverspilling – het lijkt wel België – in een land en een tijd waarin er voortdurend elecricity cuts zijn over heel het land, die overigens alsmaar frequenter worden en langer duren – ik heb net 3 uur moeten wachten (in Beiroet) voor ik terug op het internet – en onder de airco – kon. In Saida zijn er al demonstraties geweest tegen o.a. precies die stroomverspilling, en de Daily Star meldt vandaag dat er een actiecomité opgericht is dat acties en demonstraties gaat organiseren tegen deze en andere wantoestanden, inclusief het uitblijvende hulpgeld voor de reconstructie.

In Saida (Sidon) moeten we langs het hoofdkwartier van de LAF (Lebanese Armed Forces) passeren om een permit te krijgen voor het zuiden, waar niemand ons verder ooit naar zal vragen. We moeten er wel een klein uurtje op wachten en allerhande vragen beantwoorden, en krijgen uiteindelijk een stukje papier met daarop een handgeschreven nummer. ‘Khalas?’ ‘Khalas.’ That’s all. Ok dan.

‘s Middags komen we aan in Sour (Tyre), waar we een tijdje moeten zoeken voor we het huis vinden van Danielle, een vriendin die net buiten Beiroet (in Metn) woont, maar hier een huis van de familie heeft, waar we de volgende dagen logeren. Als we tijdens onze zoektocht iets gaan eten op de zeedijk, treffen we daar Belgische UNIFIL-militairen aan, allemaal uit de Kempen. Eén van hen is verantwoordelijk voor de bevoorrading van het BELUBATT-kamp in Tibnin, de anderen zijn twee ontmijners en een geniesoldaat. De provisionneur – als dat de juiste benaming is – vertelt ons dat hij elke dag een paar anderen meeneemt op zijn tocht naar het kuststadje, omdat de militairen verder in hun vrije tijd uit veiligheidsoverwegingen niet meer buiten het kamp mogen komen (in hun vrije tijd) sinds de aanslag op de Spaanse en Colombiaanse VN-militairen in juni. Alleen de Italianen storen zich daar blijkbaar niet aan, die zijn massaal aanwezig in het nachtleven en op de stranden van Sour. Als we het huis uiteindelijk vinden, worden we ontvangen door Danielle’s jongere zus Shirley, die nu op vakantie is in haar thuisland, maar sinds 3 jaar in de VS studeert, in het kleine stadje Murphysville in Tenessee, waar ze een verschrikkelijke southern drawl heeft opgepikt waarvoor ze zich voortdurend excuseert (en trecht…) Ze beschrijft het stadje in de southern midwest, opmerkelijk voor iemand die uit Libanon komt, als verschrikkelijk religieus en sectair. Zelfs op de universiteit waar ze studeert, worden de 80 joden en andere niet-baptisten met de nek aangekeken. Ze krijgen geen toegang tot de fraternities en affiches voor hun eigen activiteiten worden van de muur getrokken zo snel ze er hangen. Als maronietische uit de christelijke wijk van het overwegend shiietische Sour, vindt ze het hier, tenminste op dat vlak, een stuk relaxter…

Sour is overigens een lieflijk mediterraans kuststadje met Foenicische ruïnes en schitterende zandstranden en een zeedijk met palmbomen, recht uit een toeristische folder geplukt. In markante tegenstelling tot Beiroet, waar de kustlijn nu bijna 100% geprivatiseerd is en dus voorbehouden aan de gasten van dure hotels en clubs, zijn er hier wel overal gratis en publiek toegankelijke stranden. Maar omdat Shirley zich niet op haar gemak voelt in bikini op de publieke stranden – waar de meeste vrouwen inderdaad gekleed in het zand zitten en nauwelijks het water in gaan – spendeer ik mijn eerste namiddag als strandtoerist in Libanon op het privé-strand van het Tyre Resthouse Hotel, waar onze auto bij het binnenrijden van de parking met één of andere toestelletje met een antenne gecontroleerd wordt, voor we ons parkeren tussen de overvloed aan witte UN-wagens die overal in Sour rondrijden. Inkom 11.000 Libanese pond of 5,5 euro – meer dan het dubbel dan wat ik even daarvoor uitgeef aan een zwembroek. Je krijgt er een kleedhokje, een ligzetel en een parasol voor en bediening op het strand. De zee is hier zalig om in te zwemmen, zij het dat het water iets frisser zou mogen zijn (kniesoor…). Maar de zee is hier een stuk properder dan verder naar het noorden, waar het Israelische milieugeschenk aan de Middellandse Zee en de Libanese stranden (het bombardement van een raffinaderij inclusief olietanks – de grootste ecologische ‘ramp’ ooit in de Middellandse Zee) nog altijd niet volledig is opgeruimd en delen van de zeebodem en de rotsen aan de kust onder een smerig zwart residu blijven schuilgaan.

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s