Dag 16 – Bint Jbeil en Frenchbatt

De tweede dag in Sour (Tyre), de vrijdag, spenderen we grotendeels in het huis van Danielle – ik werk aan de editing van mijn reportage voor Radio Centraal, de fotografen zijn druk bezig foto’s in hun laptops te laden en te bewerken. ‘s Namiddags gaan we naar het enige internetcafé in Sour met een ‘snelle’ verbinding – altijd relatief in Libanon, waar nog altijd geen ADSL-lijnen liggen. De grap van het moment is dat iedereen verwacht, nu de legendarisch goed georganiseerde Hezbollah hun eigen telefoonlijnen beginnen te leggen, dat er binnenkort misschien eindelijk ADSL komt in dit land… Ik doe er bijna 2 uur over om mijn mp3 van ocharme 16 meg ge-ftp’t te krijgen, aan 4 à 6 Kb per seconde. De Spanjaarden zijn daarnaast heel de dag aan het proberen om hun contacten in UNIFIL en diverse hulporganisaties ervan te overtuigen ons mee te nemen op een ontmijningsmissie. Ik probeer ondertussen hetzelfde met de Belgische militairen. We stranden allemaal in de VN-bureaucratie. De fotografen proberen een fotoreportage voor hun agentschap Sipa te maken over de ontmijningsoperaties in het zuiden, die behalve door de Belgische, Franse, Chinese en andere UNIFIL-troepen ook door enkele Libanese organisaties en internationale NGO’s zoals Handicap International worden uitgevoerd. Uiteindelijk slagen we er, ironisch genoeg voor een Belg en 3 Spanjaarden, enkel in om door het Franse leger ontvangen te worden…

Dus vertrekken we de volgende dag om 6u30 (het begint te wennen…) naar Tiri, een klein dorpje in de buurt van Bint Jbeil, waar de Franse legerbasis gevestigd is. We raken relatief snel, op anderhalf uur tijd, in de streek – het is maar een vijftig kilometer, maar je rijdt op kleine bergwegen, die bovendien op veel plekken vol mortier- en granaatkraters zitten (made in USA, brought by Israel) en je moet ook nog eens alle vijf kilometer of zo checkpoints van de LAF passeren – wat overigens nergens een probleem vormt, enkel Guillermo aan het stuur moet telkens zijn perskaart en accreditatie tonen, één is blijkbaar genoeg voor iedereen. Eén keer vragen ze naar de papieren van de auto, nergens naar onze permit. In de streek zelf rijden we hopeloos verloren – eerst in Bint Jbeil zelf: de stad is ongelooflijk en volledig verwoest – hier hebben zware straatgevechten plaatsgevonden in de juli-oorlog, de Israeli’s hebben verschillende malen geprobeerd de stad in te nemen en zijn telkens door de Hezbollah-strijders verdreven. Er is letterlijk geen enkel huis of gebouw – behalve degenen die net nieuw gebouwd of onder constructie zijn – dat niet vol, en ik bedoel vol, gaten van kogel- en mortierinslagen zit of volledig gebombardeerd en uitgebrand is, de straten zijn op veel plekken nauwelijks berijdbaar en overal slingeren door Merkava-tanks platgewalste autowrakken en enorme hopen puin rond. We worden er helemaal stil van. De fotografen nemen nauwelijks- en heel discreet – foto’s – ook al omdat de scootersecurity van Hezbollah alom aanwezig is en elke buitenstaander nauwlettend in het oog houdt. Als we de stad uitrijden, komen we in het heuvelachtige grensgebied terecht, waar we nog een uur ronddolen, door de lokale inwoners van de ene Ghanese observatiepost naar het andere Qatarese kamp gestuurd worden en vrijwel elk dorpje in het gebied passeren – inclusief Abu Jahjah’s geboortedorp Hanin. We moeten voortdurend onze weg manoeuvreren over de volledig kapotgeschoten wegen langs de Blue Line – de grens met Israel – en vloeken op Guillermo telkens als hij een paar centimeter van de weg afraakt (we weten maar al te goed dat het volledige gebied buiten de wegen zelf nog vol clusterbommen en mijnen ligt).

Uiteindelijk komen we een Franse patrouille tegen, die ons de juiste weg wijst – de enige uitvalsweg uit Bint Jbeil die we nog niet geprobeerd hadden. Aan het Franse kamp aangekomen moeten we slalommen tussen muurtjes uit zandzakken en opgehoopte stenen en gruis naar de ingang, waar onze wagen van boven tot onder doorzocht wordt voor we na enig wachten ontvangen worden door de twee CIMIC-officieren van dienst (CIMIC is de Civil-Military Communication Unit). We zijn er uiteindelijk pas een uur na afspraak geraakt, om 11 uur. We krijgen koffie en een rondleiding door het kamp: de bunkers, de kantoren van de officieren (in containers met airco), de tenten van de soldaten (zonder airco), de keuken, de geïmproviseerde kapel die ze aan het bouwen zijn – ik vraag: ‘hebben jullie ook een moskee?’ antwoord: ‘nee, want die zijn er genoeg in de buurt’. Kerken ook natuurlijk, want zoals in heel Libanon ligt het ene maronietische dorp hier vlak naast het andere shiitische dorp, en even verderop een soennietisch dorp, maar soit. De troepen zijn trouwens opvallend ‘multicultureel’, Afrikanen, Maghrebijnen, Aziaten en blanken in ongeveer even grote proporties, mais on est tous des Français. Het kamp ligt op een heuveltop (met adembenemend uitzicht over de echt wel mooie heuvels en valleien rondom) die volledig platgewalst – genivelleerd – is, met als gevolg dat je overal een voet diep in het oranje stof zakt, maar de Fransen hebben hier en daar – in de foyer, tussen de kantoorcontainers – tuintjes aangelegd die geïrrigeerd worden en tenminste sommige plekken gezellig maken. Opvallend: beneden vlak voorbij de ingang van het kamp is er ‘le village’, waar de lokale bevolking ‘s avonds eten, drank en chicha’s komt verkopen – het lijkt wel een soort theme parkje. Ook in de foyer (de bar, zeg maar), werken Libanezen. Kleine bijdrage aan de lokale tewerkstelling, die nogal in het slop geraakt is hier (zoals in heel Libanon trouwens, maar de werkloosheidsgraad in het zuiden ligt gevoelig hoger dan in de hoofdstad). Overigens mogen de Franse soldaten tijdens hun vier maanden durende tour in hun vrije tijd nooit buiten het kamp komen, dus behalve als ze op patrouille zijn in de dorpen, is dit voor de meesten hun enige contact met Libanezen.

‘s Middags krijgen we eten in de kantine – tot mijn grote verbazing is er zelfs een vegetarisch menu – nu ja, vis en schaaldieren tenminste. Na de middag worden we nog rondgeleid in de (zeer beperkte) infirmerie – enkel de Belgen hebben in de sector oost een uitgebreide medische afdeling inclusief operatiekamer, en daar sturen de Fransen de ‘zware gevallen’ naartoe indien nodig. Er is overigens nog geen enkel incident met geweld geweest in de periode dat de Fransen hier zitten, wordt mij verteld. Dan is het tijd voor de patrouille die ons beloofd is. Ik had gehoopt dat we op een echte patrouille door de dorpen konden meegaan, maar het blijkt een volledig gefakete neppatrouille te worden door de heuvels rond het kamp. De fotografen zijn dolenthousiast – 2 tanks en 2 jeeps rukken speciaal voor hen uit en zullen de hele namiddag op en neer rijden, bemand door de meest fotogenieke ‘belles gueules’ uit het kamp, die instructies hebben gekregen om gewillig te poseren en alles doen wat de 3 Spanjaarden vragen – een perfecte photo opportunity voor hen, journalistiek volledig oninteressant voor mij.

Gelukkig blijkt de officier die met ons meegaat, eerste luitenant Damien Roubaud (‘Dams’), een spraakzame en informatieve kerel te zijn, die urenlang geduldig bij mij blijft en verbazend openhartig al mijn vragen beantwoordt terwijl de tanks langs ons op en neer denderen – en mij van sigaretten voorziet, want die zijn pas vanaf 18u te koop in het kamp – en shock and horror: de Fransen hebben géén Gauloises! Van Dams kom ik te weten dat het leger, dat officieel alle acties coördineert met de LAF, in de praktijk lokaal voortdurend samenwerkt met de functionarissen van Hezbollah en Amal – ze moeten wel, zij zijn hier ook officieel als politieke partijen de verkozen vertegenwoordigers van de staat/het volk. Bovendien hebben ze hier, net als in Dahiyyeh, overal beveiligingsmannen op scooters, die we ook vanop deze afgelgen plek in de heuvels regelmatig voorbij zien snorren. Hij legt er voortdurend de nadruk op dat de lokale bevolking hun aanwezigheid ten zeerste op prijsstelt, en dat ze goede en hartelijke relaties hebben met de Libanezen – ‘vous savez, la France a une longue relation historique avec le Liban’. Wat natuurlijk waar is, hoewel die relatie behoorlijk koloniaal was en, om het zacht uit te drukken, niet altijd door alle Libanezen in alle apecten geapprecieerd werd (of wordt, for that matter). In de praktijk komt die populariteit vooral voort uit de reële bescherming tegen Israel (sinds UNIFIL hier gelegerd is, blijven de straaljagers en de tanks weg, hoewel de drones nog bijna dagelijks overvliegen), de werkgelegenheid en de business opportunities voor de lokale handelaars die de bevoorrading van bijna 400 manschappen biedt, en de broodnodige hulp bij de ontmijning en de heropbouw van de infrastructuur. Officieus geeft men hier overigens toe, na enig aandringen, dat de UNIFIL-patrouilles regelmatig begeleid worden door manschappen van Hezbollah, die apparatuur hebben om de GSM-ontvangst rond de patrouille te blokkeren en zo IED-aanslagen (zoals die van juni op de Spaanse troepen) te voorkomen, maar daarmag ik niemand officieel over quoten…

Als ik vraag wat het mandaat van UNIFIL is tegenover gewapende (of herbewapenende) Hezbollah-strijders, vertelt Dams mij dat ze het recht hebben hen te stoppen en vast te houden tot de LAF arriveert, die hen dan officieel kan arresteren en ontwapenen. Is dat al ooit gebeurd? Hij lacht even smalend. Hij zegt het niet, maar het is duidelijk Hezbollah die de UNIFIL-troepen in het oog houdt en controleert en niet andersom – de kans dat ze openlijk met wapens rondlopen op plaatsen en tijden waar UNIFIL patrouilles uitzendt, is volledig nihil. Als ik vraag wat ze kunnen doen als de Israeli’s de Blue Line zouden overschrijden, is hij duidelijker (en enthousiaster): dan houden we ze tégen, nom de dieu! Als hij vertelt over de clusterbommen die de Israeli’s in de laatste drie dagen van de oorlog – nadat het wapenstilstandsverdrag al getekend was – nog over heel het zuiden, op de wegen en veld, in de dorpen en steden, heeft uitgestrooid – naar schatting een miljoen onontplofte tuigen die verdacht veel op kinderspeelgoed lijken en al tientallen burgerdoden hebben geëist en nog altijd eisen – krijgt hij, harde getrainde soldaat, klaar om meedogenloos te vechten tegen de vijand, bijna tranen in de ogen terwijl hij het hoofd schudt over zoveel onbegrijpelijke, onmenselijke wreedheid. Het is duidelijk waar de sympathie van deze gasten ligt, ook al zullen ze, als het erop aankomt, natuurlijk de bevelen uit Parijs en New York opvolgen. Ook al zegt deze man het niet in zoveel woorden, als Sarkozy (of Ban Ki-Moon) ‘non’ zegt, is het ‘non’.

Terug in het kamp (en fuck it, ik wou het niet vermelden, maar ik kan het toch niet laten om als petit belge even te lachen met les grands français als één van de tanks een kwartier nadat we vertrekken in panne valt…) bewonderen de officieren in hun kantoor de foto’s van Ferran op zijn website, en terwijl we de schrijnende beelden uit Palestina en Dahiyyeh bekijken, wordt impliciet toch weer duidelijk waar de sympathiëen liggen (hoewel de mannen in hun functie als vertegenwoordigers van de VN én als getrainde CIMIC-woordvoerders voor het Franse leger goed weten wat ze expliciet kunnen uitdrukken en wat niet)…

Als we terugrijden naar Sour, passeren we een tweede keer langs het Belgische kamp in Tibnin, en ik hoop dat we daar vroeg of laat ook binnenraken en even goed ontvangen worden. Danielle is ondertussen teruggekeerd van het trouwfeest in Beiroet waar ze naartoe moest, samen met Layaal, een (zoals de meeste jongere mensen die we leren kennen eveneens seculaire) shiitische vriendin van haar, een bassiste en agricultural research assistant aan de AUB (American University of Beirut) en we gaan verrukkelijke lekker en overvloedig eten op het terras van een restaurantje dat uitkijkt over de kleine, pittoreske haven van Tyre met zijn kleine houten vissersboten en te drogen gelegde netten.

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s