In het nieuws 24/8/2007

Iets wat in het buitenland zelden aandacht krijgt, en zelfs hier in Libanon doorgaans op pagina 17 of 18 van de kranten verborgen wordt, zijn de frequente, vaak dodelijke aanslagen, op Syrische gastarbeiders in dit land. Er zijn meer dan een miljoen Syriërs die in Libanon werken, het merendeel als bouwvakker, straatveger en gelijkaardige harde en slechtbetaalde jobs waar de gemiddelde Libanees zijn neus voor ophaalt. Sinds de terugtrekking van de Syrische troepen na de moord op Hariri in 2005 worden zij steeds frequenter het slachtoffer van wat je alleen maar kan omschrijven als racistische aanslagen – gemotiveerd door wraakgevoelens over de lange (1978 tot 2005) en wrede Syrische bezetting natuurlijk, maar onveranderlijk gericht tegen de armste en meest kwetsbare segmenten van de Syrische bevolking, die uiteraard zelf evenveel te lijden heeft onder het schrikbewind van de Syrische mukhabarat (geheime politie/veiligheidsdiensten) als de Libanezen. Een van die aanslagen wordt deze week gemeld in de krant al-Mustaqbal: het gaat om een bomaanslag op een bouwwerf in de Bekaa-vallei waarbij één Syriër gedood werd en drie anderen verwond. (Al-Mustaqbal – ‘De Toekomst’ – is één van de vele persorganen van Saad Hariri’s (de zoon van Rafiq) Future Movement – de man heeft trouwens een zaken- en media-imperium dat niet moet onderdoen voor dat van Berlusconi, niet in omvang, niet in corruptie en niet in censuur van de berichtgeving). De meeste Syrische gastarbeiders leven in containers op de bouwwerven waar ze werken, of in krottenwijken aan de rand van de steden, die in miserie en onbewoonbaarheid niet moeten onderdoen voor de Palestijnse vluchtelingenkampen. De meeste Palestijnen in dit land doen trouwens gelijkaardige jobs, als ze die al vinden, omdat ze een groot aantal andere beroepen wettelijk niet mogen uitvoeren, en ze worden even vaak het slachtoffer van een racistische en willekeurige behandeling door zowel het Libanese leger en politie als door individuele Libanezen. Een ander aspect van het Libanese racisme tegenover (niet-kapitaalkrachtige) buitenlanders, kan je voortdurend observeren in de duurdere straten van Beiroet, wanneer je de Filippijnse, Srilankaanse of Afrikaanse kindermeisjes van de sociale bovenlaag van de Libanese bevolking buiten ziet staan wachten tot madame klaar is met kletsen tegen haar vriendinnen in het Grand Café of even tijd maakt om aandacht te geven aan haar baby of peuter. Je ziet die meisjes dan als lucht, of erger, als slavinnen behandeld worden, op een manier die niet onderdoet voor de behandeling die hun lotgenotes in de rijke Golflanden te beurt valt. Je hoort regelmatig verhalen over werkdagen van 20 uur, 7 dagen per week, het inhouden van paspoorten en niet-betaling van lonen en regelrechte mishandeling – en daarnaast moeten ze vaak ook nog de seksuele behoeften van Monsieur bevredigen als die niet aan zijn trekken komt bij Madame. Het zelfmoordpercentage ligt ontstellend hoog onder deze huisslavinnen – voor zover het al niet om moord door mishandeling of nalatigheid (ondervoeding bijvoorbeeld) gaat – en net zoals bij de moorden op de Syrische en Palestijnse gastarbeiders, maakt het Libanese gerecht – om het diplomatisch uit te drukken – geen prioriteit van het onderzoek naar deze misdaden of het vervolgen, laat staan bestraffen, van de daders. Een goede bron om deze praktijken te volgen – in Libanon en in de Golflanden – is de weblog van As’ad Abu-Khalil, een Libanese professor sociologie en politieke wetenschappen aan de University of Southern California. Zijn (in het Engels geschreven, maar vaak naar Arabische bronnen linkende) blog heet The Angry Arab News Service (Wakalat ‘anba’ al-‘arabi al-gadab).

In ander nieuws is deze week een Libanese ontmijningsexpert omgekomen bij het ontmantelen van een Israelische cluster bom in de stad Nabatiyeh in het zuiden van het land, waar naar schatting nog één miljoen onontplofte Israelische cadeautjes liggen te wachten op gegadigden. Bij hetzelfde incident werden drie andere mensen verwond. Het totale aantal doden door de clusterbommen nà het einde van de Israelische invasie van 2006 is daarmee opgelopen tot 31 (bekende) gevallen. Verwondingen, die de slachtoffers typisch één of twee benen kosten, zijn daar niet bij gerekend.

De Chinese People’s Daily internetkrant meldt dat de Libanese autoriteiten 2 verdachten hebben opgepakt in verband met de (niet-dodelijke) aanslag op een wagen van de UNIFIL-troepen nabij Sour (Tyre) op 26 juli. Een derde wordt nog opgespoord. Het zou gaan om Palestijnse leden van het Jund ash-Sham. Waarom wordt dit nieuws enkel door een Chinese krant – en door de Israelische Haaretz – vermeld? Geen idee, tenzij de arrestatie gebeurd is in de Chinese UNIFIL-sector – de Chinezen hebben ook een ontmijningsdienst ter plaatse.

In Nahr al-Bared, waar de gevechten nog altijd verdergaan, zijn nog maar eens 2 Libanese soldaten omgekomen. Het leger en de – islamistische, en vaak aan al Qaeda gelinkte – militie hebben ondertussen een akkoord bereikt om het op een honderdtal geschatte burgers die nog in het kamp aanwezig zijn – naar verluidt vooral de vrouwen en kinderen van de strijders – uit het kamp te laten vertrekken. Eén van de – ingewilligde – eisen van Fatah al-Islam daarbij was dat de vrouwen enkel door vrouwelijke militairen zouden onderzocht en ondervraagd worden. Moet kunnen. Het leger zal zich nu ongetwijfeld gerechtigd zien een no holds barred bombardement in te zetten tegen de laatste strijders zonder nog rekening te moeten houden met mogelijke burgerslachtoffers – voor zover dat al een punt was natuurlijk. As-Safir bericht ook over een mysterieuze ziekte die soldaten treft die in Nahr al-Bared hebben gevochten.

Op binnenlands politiek vlak is er, behalve het eindeloze bekvechten van oppositie- en regeringsleiders over de modaliteiten, of zelfs maar de eenvoudige mogelijkheid, van de komende presidentsverkiezingen, weinig nieuws te melden. Wel opmerkelijk is dat Nabih Berri, leider van de shiietische Amal-beweging en parlementsvoorzitter, die algemeen gezien wordt als de meest pro-Syrische (en meest corrupte) figuur van de gehele oppositie, via VS-ambassadeur in Libanon Jeffrey Feltman, enkele vragen heeft laten stellen aan Condoleezza Rice, met name:

1) Vindt de VS-regering dat de nieuwe president van Libanon verkozen moet worden bij absolute meerderheid (zoals de oppositie eist) of door gewone meerderheid (zoals de 14-maartkrachten – volledig ongrondwettelijk – vragen)?

2) Kan de VS-regering een consensus-president aanvaarden of willen ze liever een president uit een specifieke politiek groepering?

3) Kan de VS-regering leven met een amendement op de Libanese grondwet (nodig om bijvoorbeeld legercommandant Suleiman (overgangs)president te laten worden in een soort legercoup) of niet?

Afgezien van het feit dat dit wel een bijzonder flagrante en totale negatie is van de Libanese soevereiniteit – voor zover daar überhaupt nog sprake van was – is het vooral vreemd dat de pro-Syrische, anti-VS oppositie deze vragen stelt aan de Amerikaanse regering. Maar Berri zal het ongetwijfeld uitleggen als een onschuldig ‘poolshoogte nemen’. Voor zover ik al iets dacht te begrijpen van de Libanese politieke situatie, is die notie nu weer helemaal de bodem ingeslagen. Ik zal het moeten toegeven, hoe meer ik leer over de politieke verhoudingen in dit land, hoe minder ik ervan lijk te begrijpen, zoals ik trouwens ook elke keer weer merk als ik met Libanezen van alle verschillende sectaire groepen, politieke gezindheden en sociale klassen spreek…

One thought on “In het nieuws 24/8/2007

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s