Dag 21-23 – Weekendje toerisme en Libanees verkeer

Donderdagmiddag (23 augustus) ga ik Joris Conspiracy afhalen op de luchthaven. Hij houdt een paar weken vakantie in Griekenland en heeft een weekje Beiroet ingelast om me te komen opzoeken. Ik trek een paar dagen uit om met hem het land wat te verkennen. Vrijdagnamiddag vertrekken we naar Sour om een avondje strand mee te pikken, de volgende dag gaan we naar Byblos (of Jbeil, zoals het stadje in het Arabisch genoemd wordt). Byblos – of tenminste het deel rond de haven met de Foenicische ruïnes en de kruisvaardersburcht – is een hallucinante plaats in de Libanese context: een netjes aangelegde toeristische oase met souvenirwinkels, terrasjes en zelfs pleintjes met portretschilders. Het lijkt zo uit de Dolomieten of Bretagne lijkt weggeplukt en hier gedropt. Je vergeet helemaal dat je in een Middenoosters land vol latente en openlijke conflicten bent en waant je in zorgeloos Italië of Frankrijk. We lopen rond in de pseudo-antieke straatjes, bezoeken de kruisvaardersburcht en de Romeinse en Foenicische tempels en amfitheaters en drinken een pintje op het terras van de Fishing Club aan het pittoreske haventje, waar een volledig nep-antiek decor is opgezet – denk Spinal Tap Stonehenge – voor het Byblos International Festival. Het is het enige van de gereputeerde Libanese zomerfestivals dat niet is afgelast, in tegenstelling tot de spektakels van Baalbek en Beiteddine. Zoals overal in toeristisch Libanon, heb je ook in Byblos de indruk in een filmdecor rond te lopen, vanwege de vrijwel totale afwezigheid van massatoerisme op plaatsen die daar duidelijk op berekend zijn. Enkel ‘s avonds komt er een horde, zelfs naar Libanese normen véél te protserig opgetutte mensen aan, om op de publiekstribunes van het festival plaats te nemen. We hoorden ‘s namiddags tijdens de soundcheck een klassiek orkest Abba-covers spelen, en besluiten wijselijk een busje terug naar Beiroet te nemen voor het spektakel begint. ‘s Avonds neem ik Joris mee naar Torino en Bulldog, waar we nog uren napraten over de paradoxale en contrasterende aspecten van dit heerlijk gevarieerde landje.

De volgende dag huren we Zahir’s press car om de bergen te gaan verkennen. Via kronkelende steile wegjes vol haarspeldbochten – en veel te snel voorbijrazende auto’s en vrachtwagens – en een massa kleine dorpjes komen we na een paar uur verloren rijden door het schitterende berglandschap – als je tenminste niet teveel naar de rand van de weg kijkt waar iedereen à volonté blikjes, plastic flessen en ander (huis)afval stort – aan in Bcharre. Dit is Mount Lebanon, het historische heartland van de Maronieten, die hun huizen en kerken gevaarlijk dicht op de rand van duizelingwekkend diepe ravijnen en kloven gebouwd hebben. Je krijgt hier een acuut besef van de manier waarop de christenen zich hier (en de druzen in het meer zuidelijk gelegen Chouf-gebergte) sinds de middeleeuwen hebben teruggetrokken en verschanst, gevlucht in verschillende golven na periodieke vervolgingen door de islamitische meerderheid. Hier in het – tenminste tot aan het industriële tijdperk – ontoegankelijke, en nog altijd makkelijk te verdedigen hooggebergte, bouwden ze hun eigen afgescheiden gemeenschap op. Tijdens de burgeroorlog hebben Maronieten en Druzen trouwens ook nog gruwelijke veldslagen uitgevochten over de macht in delen van het gebergte in de zogenaamde War of the Mountains. Nog hoger dan Bcharre ligt ‘Les Cèdres’, het vrij miserabele overblijfsel van de enorme cederwouden die ooit het gehele Libanongebergte bedekten. In de loop van de millennia zijn deze ceders op grote schaal te gelde gemaakt, gekapt en verkocht door de Foeniciërs aan Egypte en andere volledig houtloze streken zoals Mesopotamië en Israel (voor de tempel van Salomon bijvoorbeeld) en later aan Rome. Ook tijdens het islamitische kalifaat en het Ottomaanse rijk werden de bossen duchtig geëxploiteerd, en tot een paar tientallen jaren geleden nooit heraangeplant. Het resultaat van eeuwen houthandel is dat het nationale symbool van Libanon nu uit een paar kleine, geïsoleerde bosjes op de verder kale bergtoppen en -hellingen bestaat. Overigens is dit de enige plek in heel het land waar we toeristen zien in aanzienlijke getallen – bussen vol Libanezen van in en buiten Libanon die een nationalistische uitstap maken.

We rijden nog verder omhoog, langs de skipistes en zetelliften van Laqluq, tot we de bergkam bereiken waar de pas ligt die de hoogste verbinding vormt tussen de kustvlakte en de Bekaa-vallei. In de winter is deze pas overigens afgesloten wegens ondergesneeuwd en niet berijdbaar. Je hebt hier een adembenemend panoramisch zicht, aan de ene kant kijk je neer op Bcharre en andere christelijke bergdorpjes, op de ceders en de skiliften, aan de andere kant zie je de wijdse, groene, vruchtbare Bekaa-vallei, in de verte omzoomd door het Anti-Libanongebergte, dat voor het grootste deel aan de Syrische kant van de grens ligt. Er waait een ijskoude wind en er is geen geluid te horen – tenminste tot de Libanese toeristen op hun gehuurde quads komen aanrazen… We dalen aan de oostkant het gebergte weer af en komen aan in de Bekaa-vallei, waar we dwars doorheen rijden tot in Baalbek. Zodra je beneden bent, heb je het gevoel dat je in Syrië bent – in het ‘echte Arabische Midden-Oosten’, in tegenstelling dus tot de veel meer Europees, of tenminste mediterraans aandoende, westelijke kuststrook. Dit heeft overigens niets te maken met het al dan niet islamitisch zijn van de bevolking: in de Bekaa zijn, evengoed als in de kuststrook, alle secten vertegenwoordigd, van het grieks-orthodoxe Zahle tot het shiietische Baalbek. Het is eerder een geografisch bepaald fenomeen: de Bekaa is rechtstreeks verbonden, zonder al te hoge gebergtes die een natuurlijke grens zouden kunnen vormen, met het nauwelijks 20km over de grens gelegen Damascus, terwijl het van de kuststrook wel degelijk gescheiden is door het hoge Libanon-gebergte waar we net doorheen zijn gereden.

Als we in Baalbek aankomen is het al donker, en te laat om het Romeinse tempelcomplex nog te bezoeken. We eten iets en rijden daarna over de – door de Israeli’s vorige zomer volledig verwoeste, maar ondertussen herstelde – Damascus highway terug naar Beiroet, waar we een paar uur later – ondanks het chaotische Libanese verkeer op onverlichte wegen en een door lastige soldaten bemand checkpoint – zonder kleerscheuren aankomen. Autorijden in Libanon staat mij overigens behoorlijk aan. Het lijkt op het eerste zicht behoorlijk chaotisch en gevaarlijk, maar dat is het niet echt. Het is waar dat niemand zich aan enige regels houdt – voor zover die er al zijn – en vrolijk alle rode lichten, eenrichtingsborden en voorrangsregels negeert. Het is ook waar dat de verkeerspolitie nooit alcoholtests doet en zich absoluut niet bezig houdt met het al dan niet technisch gekeurd of verzekerd zijn van auto’s en vrachtwagens. Maar precies omdat iedereen weet dat er in de praktijk geen regels zijn, zijn de chauffeurs in het algemeen veel alerter en communicatiever, en zelfs attenter dan bij ons in België. Er wordt spontaan geritst, iedereen claxonneert en gebaart voortdurend en zonder agressieve bedoelingen naar elkaar en stopt indien mogelijke voor overstekende voetgangers, en ik heb nog nooit iemand een afgenomen voorrang persoonlijk zien nemen of door een file of opstopping overdreven gestresseerd zien raken, laat staan vechten over een parkeerplaats. Kortom, zoals mijn collega-belginbeiroet Gert Vanlangendonck gisteravond nog opmerkte – road rage is hier een vrijwel onbekend fenomeen – net zoals verkeersboetes trouwens. Wanneer het wel uit de hand kan lopen, is als er toch een ongeval gebeurt – zoals één met drie auto’s gevolgd door een gevecht dat Joris enkele dagen geleden geamuseerd vanuit het raam van onze hotelkamer volgde – en dan vooral als er dure wagens bij betrokken zijn. Overigens geldt op dat vlak dezelfde regel als in België: hoe duurder en showier de auto, hoe arroganter en asocialer de chauffeur – maar ook: hoe sneller hij/zij zijn/haar voorrang afgeeft aan een oud wrak, waarvan de chauffeur duidelijk niets om een kras of bluts meer of minder geeft…

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s