Munir al-Maqdah interview (Nls)

Fatah al-Islam mag dan overwonnen zijn, het jihadisme in Libanon blijft een gevaar vormen: slechte economische en humanitaire omstandigheden blijven soennietische jongeren naar jahdistische ideologiëen drijven. In het Palestijnse vluchtelingenkamp Ain al-Hilweh werkt Fatah met geld van de Emiraten en van de Saoedische prins Walid bin Talal aan de sociale integratie van kwetsbare jongeren en probeert de Libanese autoriteiten te overtuigen van een verbetering van hun economische en burgerrechtelijke situatie, om hen te beschermen tegen de invloed van extremistische ideologiëen, die naar analogie met het lot van Nahr al-Bared gezien worden als een bedreiging voor het voortbestaan van de Palestijnse kampen.

Bart Peeters, Beiroet

Het Libanese leger is er zondag na lange en uitputtende gevechten in geslaagd de jihadi’s van Fatah al-Islam in het Palestijnse vluchtelingenkamp Nahr al-Bared in het noorden van het land te verslaan. De operatie heeft 106 dagen en minstens 427 levens gekost. Sinds 20 mei, toen de aan al-Qaeda gelinkte militie een checkpoint van het leger nabij Tripoli aanviel, zijn 222 militanten van de groep gedood en nog eens 202 gevangengenomen. 163 soldaten van het Libanese leger en ‘minstens 42 burgers’ kwamen eveneens om. De 30.000 Palestijnen uit het kamp zijn dakloos. Minister van Defensie Elias Murr verklaarde dinsdag tijdens een persconferentie dat de strijders van Fatah al-Islam ‘meerdere nationaliteiten’ hadden en in contact stonden met al-Qaeda. Het hoofd van de militaire inlichtingendienst, George Khoury, benadrukte dat er geen aanwijzingen waren van Syrische betrokkenheid, en dat Fatah al-Islam geen exclusief Palestijnse groepering was. Maar het feit dat de islamisten zich hebben kunnen vestigen in een Palestijns vluchtelingenkamp en minstens een aantal Palestijnen voor hun zaak konden winnen, illustreert de beïnvloedbaarheid van vooral de jongere vluchtelingen in hun economisch uitzichtloze toestand, en heeft aan alle partijen in Libanon duidelijk gemaakt dat jihadistische bewegingen ook elders in de vluchtelingenkampen voet aan de grond kunnen krijgen. Premier Fouad Siniora heeft een project aangekondigd om Nahr al-Bared te herbouwen als een militair gecontroleerde zone waarin de daklozen gehuisvest zullen worden in ordelijke flatgebouwen gescheiden door brede – tankvriendelijke – straten. Maar de Palestijnen zelf wijzen op de slechte economische en humanitaire omstandigheden als oorzaak van het succes van extremistische ideologiëen en benadrukken dat het project ook een preventief luik moet hebben, wat ook aangeraden wordt door buitenlandse analisten, zoals het Saban Centre for Middle East Policy, een denktank in Washington*.

Ain al-Hilweh, vlakbij de stad Sidon ten zuiden van Beiroet, is het grootste en meest militante Palestijnse vluchtelingenkamp in Libanon, met een belangrijke aanwezigheid van islamistische militanten. De soldaten van de Lebanese Armed Forces van het checkpoint aan de ingang van het kamp noteren mijn tijd van aankomst en geven mij een nummer om te bellen ‘als ik in de problemen raak’. Maar in het kamp word ik hartelijk ontvangen door Generaal Munir al-Maqdah, PLO-man sinds zijn tiende en vooral bekend als oprichter van de Al-Aqsa Martelarenbrigades. Hoewel hij binnen Fatah een dissident is, die nooit akkoord is gegaan met de Oslo-akkoorden, was hij tot aan de reorganisatie van de PLO-leiding in Libanon in augustus van dit jaar de leider van de militaire vleugel van de organisatie in Libanon. Nu bekleedt hij een nieuw gecreëerde functie, waarin hij verantwoordelijk is voor het interne veiligheidsbeleid in Ain al-Hilweh – een functie die ook een socio-cultureel luik inhoudt.

Na de eerste clashes met Fatah al-Islam heeft er ook in Ain al-Hilweh een incident plaatsgevonden. Op 4 juni wierpen militanten van Jund ash-Sham, een andere jihadistische groupuscule, granaten naar de Libanese militairen van het checkpoint aan de ingang van het kamp, waarop een vuurgevecht losbarstte. Daarop vonden er ook in het kamp zelf gevechten plaats, waarbij de Fatah-militie, die officieel de orde handhaaft in het kamp, samen met de mainstream islamisten van Usbat al-Ansar, en ten koste van 6 doden, Jund ash-Sham uitschakelde. De Libanese pers had het meteen over het begin van een ‘burgeroorlog in de kampen’, wat met klem ontkend wordt door al-Maqdah, een intelligente en gedreven veertiger die autoriteit uitstraalt en rustig en bedachtzaam spreekt. Hij beweert dat de militaire situatie volledig onder controle is, en dat de sporadische gewelddadige incidenten van de laatste dagen het gevolg zijn van persoonlijke onenigheden en geen gevechten tussen groeperingen, wat woensdag bevestigd werd door ‘welingelichte bronnen’ van Usbat al-Ansar, die spraken met het Libanese dagblad The Daily Star.

‘Sinds ik deze functie aanvaard heb, houd ik crisisbesprekingen met alle facties in het kamp. De eerste stap was om onze militaire krachten over heel het kamp te verspreiden en de militaire controle te consolideren, daarna konden de onderhandelingen beginnen. Daarnaast hebben we een aantal nieuwe organizaties opgericht – studentenunies, scoutsgroepen en professionele en culturele verenigingen, waarmee we werken aan de integratie van jongeren door hen op te voeden in onze eigen tradities en cultuur. Het doel is een herhaling te vermijden van wat er in Nahr al-Bared gebeurd is, want dat zou leiden tot de vernietiging van al onze kampen. We moeten externe extremistische invloeden uitbannen. We wenden hiervoor alle financiële mogelijkheden van Fatah aan, aangevuld met bijdragen van Palestijnse liefdadigheidsorganisaties en sympathisanten. Met financiële steun van Sheikh Khalifa (van de Verenigde Arabische Emiraten) en (de Saoedische prins) Walid bin Talal hebben we onlangs een ziekenhuis van $5 miljoen geopend – een primeur in de Palestijnse kampen in Libanon. Er is een apotheek aan verbonden, een spoeddienst, een onderzoekslabo en een centrum waar mensen met hartproblemen terecht kunnen. Daarnaast zijn we een gecombineerd sport- en cultuurcentrum aan het bouwen, eveneens de eerste instelling van zijn soort in de 60-jarige geschiedenis van de Palestijnen in Libanon.’

Al-Maqdah legt uit hoe de uitzichtloze economische situatie en het gebrek aan sociale opvang de belangrijkste factoren zijn die de kwetsbare generatie van 15 à 18-jarigen in de armen van de extremistische facties drijven. In Ain al-Hilweh, waar op een ruimte van krap anderhalve vierkante kilometer officieel 40.000, maar in de praktijk naar schatting 80.000 mensen samengepakt leven in een wirwar van nauwe steegjes en rudimentaire huizen uit cinder blocks, zijn de economische mogelijkheden schaars.

‘De Palestijnen zijn in Libanon bij wet uitgesloten van de uitoefening van 73 verschillende beroepen, kunnen geen onroerend eigendom verwerven en krijgen geen toegang tot het Libanese onderwijssysteem en gezondheidszorg. Ze leven dus grotendeels van de steun van het VN-vluchtelingenprogramma UNRWA. Sommigen konden in Ain al-Hilweh tot voor kort in hun levensonderhoud voorzien met kleine werkplaatsen waar ze auto’s of elektronica repareerden, maar sinds de recente incidenten durven veel Libanezen niet meer naar het kamp komen en hebben de werkplaatsen inkomsten verloren. Ook de economische blokkade van Gaza en de Westelijke Jordaanoever na de verkiezing van Hamas heeft hier een grote weerslag gehad. Door al die factoren ligt de werkloosheid hier op 70%, veel hoger dan het Libanese gemiddelde. Dat is het belangrijkste probleem dat we moeten oplossen.’

Ik vraag hoe de samenwerking met de Libanese autoriteiten verloopt en of er enige hulp komt van die kant.

‘Ik werk nauw samen met alle Libanese instellingen, inclusief het leger, en met alle verschillende politieke facties. Ons beleid is om met alle instellingen en facties samen te werken, we zijn niet voor of tegen eender welke Libanese partij. Vrede en veiligheid in Libanon betekent vrede en veiligheid in onze kampen. We willen de wonden van het verleden vergeten en naar de toekomst kijken. We proberen de dialoog met onze Libanese gastheren nieuw leven in te blazen, zodat we de problemen aan de wortel kunnen aanpakken en de rechten van de Palestijnen kunnen waarborgen: burgerrechten, sociale rechten en mensenrechten. De nieuwe regering reageerde aanvankelijk positief op onze inspanningen: het was de eerste keer in decennia dat een Libanese regering de moed opbracht om het Palestijnse dossier te heropenen, en sinds die tijd hebben we ook opnieuw een Palestijnse ambassade in Beiroet. Door de Israëlische invasie in juli 2006 en de politieke problemen tussen de regering en de oppositie, zijn de gesprekken weer wat in het slop geraakt. Maar ik heb goede hoop voor de toekomst.’

Als ik vraag wie er volgens hem achter Fatah al-Islam zit, antwoordt hij heel diplomatisch.

‘Zoals iedereen zouden wij graag het antwoord kennen op die vraag. Ik verneem dat het Libanese gerecht onlangs meer dan 100 leden van Fatah al-Islam in beschuldiging gesteld heeft. Wij hebben alle vertrouwen in de Libanese rechtspraak en zodra er een uitspraak komt, zullen we weten wie ze zijn en wie hen financiert. Voor zover wij weten is het geen Palestijnse organisatie, ze past niet in onze tradities en cultuur. Ze zijn ‘geparachuteerd’ in onze kampen – honderden strijders met zo’n enorme bewapening, waar komen die opeens vandaan? Ze moeten hulp van buitenaf gekregen hebben. De externe controle op wie en wat er binnenkomt in onze kampen is de verantwoordelijkheid van de Libanese autoriteiten.’

* in het rapport ‘Al-Qaeda’s Terrorist Threat to UNIFIL’ uit juni

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s